De vier elementen

Vier elementen De theorie van de vier elementen is door de Griekse filosoof Empedocles (490 voor Christus) ontstaan. In die tijd was er behoefte aan een (wetenschappelijk) model om de energie waaruit alles is ontstaan, opgebouwd en verbonden te kunnen duiden. Empedocles kwam tot vier elementen, te weten, het vuur, het water, de aarde en de lucht. Hij stelde dat ze niet zonder elkaar konden en elkaar nodig hadden om het ene element te versterken of juist te verzwakken. En dat klopt.

Water heeft bijvoorbeeld vuur nodig om warm te worden. Te veel vuur kan worden geblust met water. De aarde heeft de lucht nodig om dingen te doen bloeien of groeien. En te veel aarde kan ervoor zorgen dat zaken stil staan en niet in beweging komen. Hetzij door het element lucht. Zo zien we een paradigma ontstaan, waarbij alles met elkaar is verbonden en gewerkt wordt met het tegenovergestelde.

Later gebruikte ook Hippocrates en Galenus dit model. De laatste bouwde er zijn geneeskundig systeem op dat de medische wetenschap bijna 1500 jaar lang domineerde. Rudolf Steiner (1861-1925) grondlegger van de antroposofie aanvaardde een indeling van de menselijke psyche in vier basistemperamenten, namelijk het cholerische (vuur), het sanguinische (lucht), het flegmatische (water) en het melancholische (aarde) temperament. Tenslotte zag ook de beroemde psychoanalyticus Carl Gustaf Jung (1875-1961) overeenkomsten van de vier elementen in zijn leer van de rondom de vier persoonlijkheidstypen: willen (vuur), denken (lucht), voelen (water) en doen (aarde).

Vuur in mensen heet “enthousiasme” of “passie”. Het intuïtieve of cholerisch temperament. Het is dat lastig te bestrijden “bloed dat kruipt waar het niet gaan kan”. Je ziet het en benoemt het vaak als iemand die er voor gaat. Het is ook de drijfveer die er voor zorgt dat we andere dingen gaan doen, of op een andere manier ons leven inrichten. Zodra je ergens enthousiast over bent, zoek je er meer over uit en kom je nieuwe dingen te weten. Dat verandert ons. Dit zegt niets over de manier waarop wij met ons vuur omgaan: we kunnen onszelf volledig opbranden of het vuur zodanig beheersen,
dat er nooit meer dan een waakvlammetje te zien is of dat het zelf uit gaat (burn-out) De manier waarop wij met ons vuur omgaan, wordt bepaald door de mate waarin de andere elementen in ons aanwezig zijn.

Lucht is het vermogen dingen “luchtig” op te nemen en te lachen om jezelf. Jung noemt dit het denktype of sanguïnische type. De L van lucht staat voor logica (linkerhersenhelft/IQ). Stel je hebt veel lucht in je, dan kan het zijn dat die lucht het vuur aanwakkert tot een complete (bos)brand. Dat het alles wat in de buurt van je passie komt, verslindt en opneemt. Maar het kan ook zijn dat de lucht er voor zorgt dat je het aanraakt en dat jij verder gaat op zoek naar iets nieuws. Dat je juist niet de diepgang van je passie uitzoekt en er uit haalt wat er in zit. 



Water komt overeen met je gevoel. Ons gevoel wordt in de biologie verbonden met de manier waarop water in ons lijf aanwezig is. Jung noemt dit het flegmatische of gevoelstype (rechterhersenhelft is emotioneel denken /EQ). Water kan vast zitten en gaan stinken, gewoon doorstromen of zo snel stromen dat je zelf niet meer weet wat je voelt. Stel je hebt veel water in je dan kan het water er makkelijk voor zorgen dat je alle passie en enthousiasme laat uitgaan. Zoals water vuur blust. Maar water zorgt ook voor stroming: dus kan het ook zijn dat het waterelement in jou er voor zorgt dat je zonder enige vorm van structuur in je passie duikt en allerlei zaken erbij haalt. Dat je vormeloos maar wat doet. Want water heeft geen vaste vorm, maar stroomt naar het laagste punt.



Aarde is de vaste materie, met name de botten in ons. Voor de manier waarop we zijn, is dat het praktische deel. Aarde is het doen, handelen, ritme en structuur. Jung noemt dit het melancholische of het sensuele type. Stel nu dat je veel aarde hebt: je vindt een passie en doordat aarde een vaste structuur heeft, kijk je eerst in je agenda of het in te plannen valt. Want alles dat verandert, elk nieuwe dingetje, moet gepland worden, moet een structuur krijgen en in de bestaande structuur passen. Aarde is alles dat vast is. Elke vorm van regelmaat, duidelijkheid en discipline hoort erbij. Dus als je nieuwe passie, je vuur, niet in de agenda past, kan het niet. Past het wel in je agenda, dan wordt ook de nieuwe passie gepland. Er wordt een structuur gemaakt, de opleidingsgidsen worden geraadpleegd en er wordt een schema gemaakt van hoe het eruit moet komen te zien, op welke termijn en op welke manier.

Advertenties

Blog op WordPress.com.